Un tableau peut en cacher un autre

Voor Fröhliche Werkstatt verhuist Gorik Lindemans de inhoud van zijn werkkamer naar die van SQUARE. De tekeningen, schilderijen en ander werk dat zich bij hem thuis opstapelde, staat nu hier. Bij hem staat alles doorgaans met het beeld naar de muur. Hier met de rug. En misschien, beste lezer, is die rug wel de sleutel voor een goed begrip van deze tentoonstelling.

In de Werkstatt staan overal ruggen. Wie ooit een kunstenaarsatelier bezocht, heeft het vast gemerkt. Een atelier is er om te werken, maar onvermijdelijk ook om te stapelen. Tekeningen zitten er in mappen (fig1). Schilderijen staan er met de rug naar voor (fig2), of zoals in een boekenkast, met de zijkanten (het equivalent van de rug van het boek) naar buiten gekeerd (fig3). Net zo voor de boeken, de video’s of de dvd’s: allemaal met de rug naar buiten gekeerd. De rug is eigen aan de werkplaats.

fig 1-3

Ook in het kantoor, de werkplaats, van SQUARE zie je vooral ruggen. Werken gebeurt hier met het gezicht naar het raam – dat bespaart elektriciteit – en dus met de rug in de ruimte. De boeken staan netjes in de bibliotheek rondom rond, allemaal met de rug naar buiten.

Gorik verhuisde niet enkel het werk van de laatste vijf jaar uit zijn atelier, met de nadruk op de productie van de laatste maanden. Hij gebruikt deze werkkamer, die van SQUARE, tijdelijk ook om er nieuw werk te maken. Zo wordt het een echte Werkstatt. Het eerste werkje hangt al aan de muur. Het toont een vakje uit de bibliotheek: ‘Picture Theory’ (fig4). Je ziet enkel ruggen en wij vinden het zéér geslaagd. Soms halen we het van de muur en schuiven we het in de bibliotheek. Het past er net in. Het heeft zoiets als die boeken om whiskyflessen in te verbergen. En als je het weghaalt zie je … hetzelfde beeld. Un tableau peut en cacher un autre.*

fig 4

Midden in de kamer staat een oude vitrinekast. Normaal is dit de stoefkast voor eigen werk. Maar nu is ze ook voor Gorik. Hij toont er agenda’s en andere boeken die hij zelf maakte; of boeken die hij ooit gebruikte voor video- en andere installaties; of andere boeken waar hij ooit nog iets mee wil doen. Vreemd genoeg staan die boeken niet met de rug naar voor, zoals in een boekenkast, maar wel met de kaft, of soms zelfs met de binnenkant, zoals in een museum (fig5).

fig 5

Die kast, met al die boeken die ook kunstwerken kunnen zijn, staat in het midden van de ruimte. Het boek speelt een belangrijke rol in dit werk. Deze tentoonstelling had net zo goed ‘De Verbeelding van de Bibliotheek’ kunnen heten. Opvallend veel werk is recto/verso (fig6). Je beseft het niet onmiddellijk, maar eigenlijk, strikt genomen, hoe je het ook draait of keert, kijk je bij deze werken altijd naar de rug. Of, als je het wel beseft, wil je er naar kijken. Deze recto/verso schilderijen creëren een rustige onrust: de rust van de tuin waar ze zijn gemaakt, de geborgenheid van het huis dat ze afbeelden, gecombineerd met de onrust van de keuze, de wetenschap dat je het schilderij moet manipuleren, dat je ervoor moet werken om het helemaal te zien. Dit is levend werk. Altijd anders. **

fig 6

Deze tentoonstelling, dit werk, gaat over verandering – het toont een nieuwe start van een kunstenaar die zich vijf jaar lang terugtrok uit de kunstwereld. Het gaat over keuzes maken, over oordelen, over eerlijkheid. Het vraagt om een engagement van de toeschouwer. Enkele tekeningen zitten tussen twee glazen geschoven. De glazen werden in een hoek, langs twee zijden aan elkaar geplakt met siliconen. De twee andere zijden geven het een open rug. Langs die opening kan men de tekeningen uit het glas schuiven en het vel waarop ze staan openplooien (fig7). Overdaad: er staan vier tekeningen op dit vel (fig8) en er passen er slechts twee achter het glas. Het dwingt te kijken en te kiezen: de twee tekeningen die je wil zien naar buiten plooien, tussen het glas schuiven en dan, als je het glas weer terugzet, beslissen wat voor- of achterkant wordt.

fig 7-8

Al die ruggen doen anders kijken. En anders kijken doet anders zien. Het helpt soms om schuins te kijken, langs de rug heen.*** Het is zo bij de transpicties in ‘Les Oiseaux d’Eudes’. Daarvoor werden de originele schilderijtjes van J. Eudes uit het boek ‘Les Oiseaux de France’ (het origineel staat bij de andere boeken in de vitrine), verschillende keren door de computer gehaald. De nieuwe beelden draaien niet langer rond de vogels die Eudes schilderde, maar brengen wel de compositie naar voor: kleurvlakken en lijnen. Het resultaat zweeft op de grens van het abstracte en het figuratieve. Het hangt er vanaf hoe je kijkt, waar je staat. De afstand en de hoek waarin je kijkt, spelen een rol en maken dat de compositie van kleuren en lijnen soms omslaat in een beeld (fig9).

fig 9

Tijdens deze tentoonstelling komt Gorik ook regelmatig langs. Hij installeert zich dan aan de tafel aan het raam. Met de rug in de ruimte maakt hij een nieuw schilderij op glas. Daarvoor gebruikt hij een églomisé techniek, waarbij geschilderd wordt langs de achterkant: de bovenste lagen eerst. Wat we zien bij dit work in progress is dus niet de voorkant, maar wel de achterkant van het werk. De achterkant is hier al van bij de productie even belangrijk, zoniet belangrijker dan de voorkant, waar we – met de kunstenaar – slechts het raden naar hebben (fig10).

fig 10

Men kan natuurlijk ook zeggen dat Gorik hier altijd is. Hij is aanwezig door zijn werk. Maar ook door de beide zelfportretten. Bij de opening stond het oudste van die portretten, levensgroot geschilderd in 1999, recto/verso, op een dik karton, aan het einde van de gang. Het andere, uit 2009, hangt hier naast me aan de muur. Het lijkt mee te kijken over mijn schouder terwijl ik dit schrijf. Ik had al zin om het om te draaien. Tot ik besefte dat het eigenlijk al omgedraaid is. Aan de rand van het beeld zien we het kader van een spiegel, met daarin het spiegelbeeld van de kunstenaar. Hij kijkt niet naar mij, maar wel naar zichzelf! Je moet er gewoon de rest van het beeld bij denken, al die lijnen die nog niet ingeschilderd zijn, en je staat voor de rug van de schilder (fig11). En dat andere zelfportret? Dat hebben we intussen, volledig in de geest van de tentoonstelling, alweer omgedraaid (fig12).

fig 11-12

Want ik zeg het: de rug is de essentie hier. Ik had al een vermoeden tijdens de opening in deze veel te kleine ruimte waar je over de ruggen van de kleine kunstcollectioneurs kon lopen. Een ware Who is Who voor geoefende vernissagelopers.**** Sommigen wandelden naar buiten met een catalogus onder de arm. Door de kunstenaar eigenhandig in elkaar geplooid. Het is een boekje met een gesprek over de tentoonstelling: een snelle versie om te lezen en een eerlijke om uit te pluizen. De eerlijke is veel dikker dan de snelle en vormt eigenlijk de rug van het boek (fig13). De eerlijkheid zorgt voor stevigheid. De waarheid zit in de rug.

fig 13

(Pieter Van Bogaert. Fröhliche Werkstatt, 15 oktober 2009)

PS: Ondertussen is Gorik nieuw werk komen brengen. Zo gaat dat in de Werkstatt. Wat ik beschrijf was altijd al ... achter de rug.

 

 

Klik hier voor meer info.
Hier staat een volledige lijst met de werken in de tentoonstelling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* Un tableau peut en cacher un autre? Ik denk aan Jacques Lacan, psychoanalyticus en trots bezitter van Courbet's ‘L’Origine du Monde’. Hij liet voor dit schilderij een kastje maken waarvan het deurtje bestond uit een tableau van Masson. Zo verborg hij Courbet's onfatsoenlijke werk aan de blik van de onschuldige bezoeker.

** Rustige onrust? Zou dat ook het gevoel zijn dat Lacan had bij zijn verborgen schilderij? De rust van de bezitter, de onrust van de verberger… Je moet het schilderij manipuleren, er je handen voor gebruiken, om het ten volle te kunnen ervaren.

*** Schuins bekeken? Is dat niet de Nederlandse titel van ‘Looking Awry’, Slavoj Zizek’s boek over Hitchcock en Lacan? Is het niet eigen aan dit soort bourgeoiscultuur dat men ervan uitgaat dat er altijd iets verborgen is? Dat er altijd iets anders is te zien?

**** Who is Who? Hier hoort een opdracht: "Belangrijke museumdirecteuren, galeriehouders, critici en verzamelaars in de rug fotograferen op recepties en met hun respectievelijke naam erbij bundelen in een handig boekje voor jonge kunstenaars opdat ze de ruggen leren kennen tot wie ze zich zullen moeten richten." (WHO IS WHO. Uit Gorik Lindemans: 'Om te Stelen'. Gent, TOOHCSMI, 2001. p. 105)